Montagevoorschriften
Deze montagevoorschriften voldoen aan de voorschriften NEN-EN 1505 t/m 1507. In het kader van de overeenkomst tussen Luka en TNO Certification is de controle op de fabricage en montagekwaliteit door TNO Certification opgedragen aan TNO Quality Services B.V.
Veiligheid, gezondheid en milieu zijn ook bij montagewerkzaamheden belangrijke onderwerpen. Conform de Arbo-wet en de VCA hebben de verschillende partijen op de bouw een eigen specifieke verantwoordelijkheid. Zo is de hoofdaannemer eindverantwoordelijke voor de veiligheid op het project en het beschikbaar stellen van algemene faciliteiten en veiligheidsvoorzieningen.
De Luka leden hebben, als onderaannemer, onder andere de verantwoordelijkheid voor het juist handelen van hun medewerkers en hen te voorzien van de juiste middelen.
Doorgaans wordt dit alles vastgelegd in een projectplan. De Luka leden stellen aan de opdrachtgever of hoofdaannemer een bedrijfseigen projectplan ter beschikking. Dit plan dient als onderdeel van het totale projectplan dat door de hoofdaannemer opgesteld wordt.
Enkele belangrijke onderwerpen uit het projectplan zijn:
Monteurs beschikken over een geldig VCA diploma.
Het gebruik en beschikbaar stellen van PBM’s (Persoonlijke beschermingsmiddelen)
Toezicht op het werk, waaronder werkplek veiligheidsinspecties.
Het scheiden en ordelijk afvoeren van afval.
Gebruik van gekeurd gereedschap.
transport en opslag
Het transport van luchtkanalen dient op een verantwoorde wijze plaats te vinden, zodanig dat transportschade wordt voorkomen. Het verdient aanbeveling voor het transport van ronde hulpstukken gebruik te maken van dozen, netzakken, bundels, kratten of containers.
Luchtkanalen zijn gevoelig voor vervorming door onzorgvuldige of ruwe behandeling. Zorgvuldig afladen is derhalve een noodzaak. Beschadigingen aan verbindingsprofielen bij rechthoekige kanalen en aan de randen van ronde kanalen, verhogen de kans op luchtlekkages. Om beschadigingen zoveel mogelijk te voorkomen, verdient het aanbeveling de leveringen op de bouwplaats nauw aan te laten sluiten op de voortgang van de montage.
De opslag op de bouwplaats kan zowel in de open lucht als in de ruwbouw plaatsvinden. In beide gevallen dienen de kanalen op een droge ondergrond te worden opgeslagen. Bij plaatsing in de open lucht dienen de kanalen tegen extreme weersinvloeden en vervuiling te worden beschermd. Het is gewenst de luchtkanalen en hulpstukken, na aflevering op de bouwplaats, met behulp van een kraan of bouwlift zo dicht mogelijk bij de plaats van montage op te slaan.
montagevoorschriften rechthoekige en ronde luchtkanalen
Bij aanvang van elke montage dient de leidinggevende monteur in het bezit te zijn van montagetekeningen c.q. materiaallijsten. Tevens dient de montageleiding uitleg te geven over de inhoud van de montagevoorschriften en de specifieke voorschriften die
|